De behoeftige zee

Dus, dit is de oceaan, dacht ik. De dichters noemen het van alles behalve wat het werkelijk is, vergif van hier tot de horizon. Mijn vriendinnen in hun snoepgoed-kleurige bikini’s renden vooruit naar de pier. Ze wisten wel beter dan bij mij rond te blijven hangen. Waarom is er regen nodig voor bitterheid, en waarom zijn we niet boos, vroeg ik het kleine krabbetje dat zich, al net zo vaak als dat ik hem had blootgelegd, opnieuw in het natte zand probeerde in te graven. Wat is het nou, krabbetje? Raak je in paniek in de zon, of onderbreek ik je in iets voor jou plezierigs als ik je eruit trek? Mijn vriendinnen waren er weer met hun ijsjes; erger, ze hadden een jongen ontmoet, jongens! Het krabbetje zat te diep. Ik zag met een schuin hoofd alleen hun achtersten vanuit mijn gehurkte positie, voorover leunend en tot mijn elleboog gravend. Dit zullen de jongens onweerstaanbaar vinden. Ze zal ze van zich af slaan, ze een beetje rond laten dartelen, of eentje uitkiezen die ze wilt. Die zal moeten werken voor de kost. De ander wil alleen vrienden blijven. Op het land groeien in ieder geval nog gewassen en het ondersteunt gebouwen, terwijl dit zachte zand langzaam zwicht en ons meevoert, tot we er tot aan onze oren in zitten en de zee ons op kan zuigen. De pier is het enige wat weerstand biedt tegen het zand, een veranda om op te spelen, een lokmiddel voor jeugd, haar onderkant subtiel gelikt door opspattend water. Natuurlijk hebben ze er eentje voor mij uitgekozen. Dit is hoe het begint: bouw of begraaf, zink of zwem, kies wat je wordt aangeboden. Ik jaag hem schrik aan. Ik vraag naar zijn naam, en hij zegt iets. Ik duw zijn hand in mijn bikinibroekje. Dit is van mij, vertel ik hem. Begrijp je? Hij begrijpt het. Hij zegt dat hij het begrijpt, maar niemand doet dat werkelijk. We hebben allemaal dorst, het water sprankelt en het merendeel van de wereld is zout.

© Dennis Keizer 2012

← Previous post

7 Comments

  1. Fraai geschreven; graag gelezen.

  2. Ook graag gelezen, Ik zie wel nog wat verbeteringen in de taal nodig zijn

    • Dank voor jullie reacties!
      Eric, ik hoor graag de verbeteringen. En heb je het dan over spellings- en/of grammaticale foutjes?
      Ik mis overigens wel een woord en één (of twee) punt(en) in jouw, desondanks zeer gewaardeerde reactie. Maar het was paasavond, dus misschien heb je plezier gehad, dan is het je vergeven 😉 .

      • Haha, ja, ik dacht nog, mijn zin klopt voor geen meter dus wie ben ik?
        Nou ja, ik bedoel dingen als snoepgoed kleurig, dat moet aan mekaar of met een koppelteken, ik weet het zelf niet. En ik dacht dat de komma achter Dus weg moet. (In) Het land groeien, maar dat laatste weet ik eigenlijk niet zeker, of het is een dichterlijke vrijheid.En de rest van de fouten zal ik me verbeeld hebben, want ik zie niet meer, Ik vond het een mooi verhaaltje i.e.g., met een leuk krabbetje.

        • Ach, de beste breisters laten wel eens een steek vallen 🙂 . Je tips wat betreft “snoepgoed” en “kleurige” heb ik wat aan, maar je tip over “het land” brengt mij meer aan het twijfelen, haha. Tijdens schrijven twijfelde ik namelijk al over “Het land groeit gewassen”. Ik liet het toen zo, omdat ik dacht dat “Hij groeit een baard” taaltechnisch ook kan, maar dat weet ik dus ook niet zeker. De eerste komma in de eerste zin zou weg kunnen ja, maar die staat er bewust. Nogmaals hartelijk dank dat je even de moeite hebt genomen om het te lezen!

  3. Mr. Boombastic

    Disturbingly exciting though.

Leave a Reply