In glooiend zonlicht, treffen we onszelf te midden van tuinmeubilair, in het drachtige uur van een huwelijk zo vertrouwd als de lucht, gedachteloos, lichtelijk de aarde van haar baan stotend bij elke verschuiving van onze stoelen. Haar nies ontzet een monarch een wereld hier vandaan; ze beweegt door de tuin, drie stappen richting mij en corrigeert de as waarop onze planeet draait. En ik, in mijn losgedraaide ellips was altijd in haar omloop, draaiend richting haar eindeloos doordringende landschap van een gezicht, tijdens zonnestilstand en nachtevening, tijdens sterftes, scheidingen, geboortes, verlovingen, huwelijken, de wisselende vruchtbare levens en de altijd zinloze sterftes van andermans kind. Is er een afstand sterker prikkelend dan de twee centimeter atmosfeer trillend tussen haar vingers en de mijne, zó vermogend dat het de wereld in omloop houdt? De glimwormen glimmen, doven, en glimmen opnieuw, alleen zichzelf verlichtend. Ook de sterren verkwanselen hun licht op niets anders dan de cirkelboog der tijd, en de zwarte onhoorbare andere werelden. Met elke flonkering grijpt een virus om zich heen, wordt een dorp ontstoken, en geeft een leider zich over. Met elke hartslag, wordt een planeet gedoofd en verkoeld tot ijs, waarna ze richting haar zon stort. In een verdroogde republiek waarvan we de naam nooit zullen weten, doet een verveelde instabiele onbeduidende cynische schurk met een baard -bedoeld om een groep verscheurde levenslange rebellen te verankeren-, een gevangene een voorstel: om zijn eigen leven te redden kan hij zijn medegevangenen martelen. We kunnen het ons niet veroorloven om minder van elkaar te houden. Indien opgeroepen, lenen we een laadschop uit om overlevenden op te graven, of sturen we betalingen naar de heidenen wereldwijd, als fooi om ons met rust te laten, en brengen we een minuscule planetenbaan in kaart rondom onze lantarenpaal. En op een koele nacht, met de lichtste aanraking, traceert ze langs mijn huid een boog van één enkele leven en herstelt zij de onherstelbare wereld.

© Dennis Keizer 2011