We huurden een dubbelganger voor Ben zodat de Ben, die voor de wereld noodzakelijk was, kon gaan en staan, daar waar Ben dat niet kon. Het succes bleek boven verwachting. Want vrijwel direct bleek Ben een lachertje. Hij was wezenlijk niet zo vermakelijk als zijn dubbelganger, en ondanks hij een dag ouder, later een jaar, en uiteindelijk de vader van zichzelf was, konden de dubbelgangers altijd zijn zoals Ben. De eerste -uit een vrekkige buurt geplukte en roem voorgeschotelde- Ben, kon zich snel aanpassen aan de luxe maar voelde zich vanaf het begin bedrogen omdat zijn echte talenten aan Ben waren verhuurd. We vonden een ander, en weer een ander, en het publiek hoefde geen dag zonder haar Ben. Dit hield in dat we Ben moesten afschermen van camera’s en van de roddelbladen in hun jacht naar toevallige onnozele momenten. Voor Ben, betekende dit het verruilen van zijn wereldberoemde imago voor een onvoorstelbaar verschillend maar benauwd privé leven, waar menig mens jaloers op is voor een weekend, maar niet voor een heel leven lang. Niets was te duur. Maar hij kon alleen krijgen wat op bestelling geleverd kon worden. We probeerden de markt wakker te schudden, maar product Ben was een paradigma dat elke verandering of verbetering bijna onmogelijk maakte. Verbeterde Ben’s maakten promotors zenuwachtig en kregen om de haverklap een vonnis met contractbreuk om de oren van de rechter die specificeerde wat in de toekomst “De Ben Belevenis” zou moeten zijn. Fans wisten het, en ik moet mijzelf er altijd aan herinneren dat waar ze onderzoek naar deden, een imago van Ben was. Hun beweegredenen kan ik niet begrijpen. Het behoeft geen betoog, de Bens voldeden niet. Op een avond deelden Ben en Ben een limo, ik moest mijzelf excuseren en naast de chauffeur gaan zitten, en ik vraag mij af of de dubbelganger eigenlijk doorhad wie er naast hem zat. Tegen die tijd was Ben bijna letterlijk een andere man geworden, met 200 optredens per jaar zoals Youp, die al tientallen jaren niet meer leefde, en van wie hij een fatsoenlijke reproductie was.

© Dennis Keizer 2010