Het zal moeilijker zijn hem tevreden te stellen dan een man die niet verder denkt dan zijn binkerige voorkomen. Dat is Ellen’s mening en zij is een expert. Ik houd mijn mening voor mijzelf. Ik ben nog niet lang genoeg in dit land om het woord te voeren. Niettemin, met mijn dagboek, ben ik onbevreesd, en in mijn dromen, vergenoeg ik mijzelf in onvergeeflijke daden. Hij is zo groot als een romantisch tweezittertje. Vanuit de groepsruimte staren wij hem aan, bijeengekropen achter de deur giechelend, en ik ben van mening, maar ik zeg het niet, dat hij nooit moet gaan zitten. Rechtopstaand is hij indrukwekkend, maar neergestreken op het zitkussen van de enige stoel in onze kleine salon, met zijn hoed bungelend voor zijn knieën, ziet hij er miserabel en oneerbaar uit. Terwijl wij gniffelen, bewegen zijn ogen niet, maar één harig oor ten grootte van een tot een kom gevormde mannenhand draait onze richting op. Ik weet wie ik ben en wat voor soort mannen mij leuk vinden en ik weet ook, kijkend naar hoe hij aan de rand van zijn hoed friemelt en zijn dikke kabelspierige nek draait terwijl hij ons smoezelig wachthoekje rechtvaardigt, dat hij van ons allemaal, mij zal kiezen. Ik pakte zijn jas aan in een gesloten kamer, alleen bedoeld voor twee personen, en keek ademsnakkend naar de vorm van zijn shirt, zo licht en breed als een ski piste. Ik kwam terug toen hij zich ontdaan had van de rest. Een handdoek zou hem niet bedekt hebben, dus gebruikte hij een laken -voor mij, dacht ik, om mij te behoeden waar mogelijk. Met zijn gezicht naar beneden op de massagetafel kreunde hij wat toen mijn kleine vuisten als regendruppels over zijn schouders kletterden. Om te laten blijken dat ik er geen erg in had, kneedde ik met beide handen zacht zijn onderdanen en vertelde ik hem, in de taal van mijn dromen, over een tijd waar iedereen gelukkig was.

© Dennis Keizer 2009