Blijf zitten, wacht en zit stil. Ik word er moe van het steeds te moeten zeggen. Goed en hou op met spartelen. Goed, en stop dat gejengel. Ik heb een moment rust nodig! Zijn dat jouw voeten op tafel? Wat hebben we daarover afgesproken? Goed, er is nog hoop voor je. Nou gebruik je verstand. We hebben een gezellige dag als je je kunt gedragen. We kunnen wat broodjes maken en na het eten naar de hoek lopen en wachten op mama’s bus, als ze alleen is, neemt ze ons misschien mee naar de speeltuin. Dat gebeurt wel eens. Nu niet zo vaak, maar voorheen wel, echt waar. Nou, luister. Ik was ook een klein poppetje zoals jij, je gelooft het niet, maar dat was ik echt. Ik luisterde ook niet, ik had ook opvulsel in m’n hoofd. Kijk waar het mij heeft gebracht: Helemaal alleen in de wereld met alleen jou om tegen te praten. Drink dit. Het haalt de scherpe randjes er af. Waarom kijk je zo naar me? Er gaat iets om in dat hoofd van jou maar ik wil weten wat. Niets te zeggen? Prima. Ik praat wel terwijl jij daar op mij zit te letten met die grote plastieken ogen die nooit sluiten. Kom op nou, drink je glas leeg, dit is een feestje! God, dit is saai. Is er behalve jij in dit hele dorp nog iemand over om lol mee te hebben of heb je iedereen weggejaagd? Ik weet dat ik ooit vrienden had. Ik ben in staat om de straat op te gaan en wat vreemden uit te nodigen. Reken maar. Ja, ik neem er nog een. Zou je ook moeten doen; we moeten nog een paar uur uitzitten. Misschien neemt Mama wel een aardig iemand mee. Dat gebeurt wel eens. Soms stappen ze uit de bus en wil je ze gewoon een knuffel geven, ze zien er dan zo lief en aardig uit. Dat is teveel ijs. Je wilt het tot en met de laatste slok kunnen proeven.

© Dennis Keizer 2008