– Zo, wat zien we hier?
– Weet jij het?
– Het is een…vlek, toch?
– Marc zegt dat het de ziel is.
– Hij denkt ook dat gluonen beschermengelen zijn.
– Die theorie valt ook moeilijk te weerleggen.

We hebben alles al gezien –of bijna alles- in dit lab, en niets daarvan konden we waarnemen zonder onze instrumenten. Met andere woorden, elke dag drukken we onze neuzen tegen het onbeschrijfelijke.

– Het beweegt.
– Dat doet het al heel de dag.
– Ik ben niet gewend om iets te zien bewegen.
– Natuurlijk niet, we kijken naar dode dingen.

Technisch gezien niet dood, althans niet altijd. Ultradunne plakjes celweefsel hebben leven in zich, maar beweging? Nee, dat is wat anders.

– Wat is jouw theorie?
– Defecte apparatuur.
– En als dat het niet is?
– Onnauwkeurige observatie.
– En als een replicatieonderzoek hetzelfde laat zien?
– In andere labs? Door andere onderzoekers?
– Ja…ja.
– Massale hallucinatie.
– Weet je zeker dat je massaal bedoeld?
– Seriële hallucinatie dan.
– Veroorzaakt door?
– Door te grote invloed van eerdere resultaten.
– Maar hoe verklaar je deze eerste resultaten?
– Defecte apparatuur.

Dit is onze dialectiek, zowel in het lab als thuis. Deze onverbloemde stellige toon werkt beter op het werk en komt het wetenschappelijk doel ten goede. Thuis, komt het alleen hem ten goede, alsof hij mij van alles kan overtuigen.

– Heb je geprobeerd de scanner opnieuw op te starten?
– Je hebt liever dat het verdwijnt dan dat je het kunt verklaren hè?
– Graag ja.

Nou ik ook. Ik stoor me niet aan witte schaduwen van antimaterie. Echt waar! Pas fysica toe op liefde of liefde op fysica wat dat aangaat. Belicht gerust de kwestie aangaande de onverwerkte trauma’s van zijn narcistische verwondingen als je wilt. Maar de ziel? Dergelijke verwerving van zelfbewustzijn is zenuwslopend. Daarom zijn we nooit getrouwd. Hij geeft mij ruimte om te leven. Iedere zelfbespiegeling brengt mij aan het twijfelen, maar onzeker? –In twijfel vind ik hoop. Maar natuurlijk is dat ook maar een theorie.

© Dennis Keizer 2008